
Jurisprudentie
AX5817
Datum uitspraak2006-05-23
Datum gepubliceerd2006-05-30
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers05/2229
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-05-30
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers05/2229
Statusgepubliceerd
Indicatie
Eiser heeft het Openbaar Ministerie verzocht om indiening van een verzoek bij de rechtbank als bedoeld in artikel 1:205, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, strekkende tot vernietiging van de erkenning van twee kinderen, gedaan door eiser, wegens strijd met de Nederlandse openbare orde.
Uitspraak
RECHTBANK ZUTPHEN
Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken
Reg.nr.: 05/2229
UITSPRAAK
naar aanleiding van het geding tussen:
J.W. Wolters, wonende te Voorst, eiser,
en
de Officier van Justitie in het Arrondissementsparket te Zutphen, verweerder.
1. Procesverloop
Bij brief van 14 juni 2005 heeft mr. H.C. Kiers, advocaat te Deventer, namens eiser het Openbaar Ministerie verzocht om indiening van een verzoek bij de rechtbank als bedoeld in artikel 1:205, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, strekkende tot vernietiging van de erkenning van twee kinderen, gedaan door eiser, wegens strijd met de Nederlandse openbare orde.
Bij brief van 21 juli 2005 heeft verweerder eiser medegedeeld aan het verzoek niet te willen voldoen.
Daartegen is namens eiser bij brief van 1 september 2005 bezwaar gemaakt bij verweerder.
Bij brief van 15 december 2005 is namens eiser beroep ingesteld bij de rechtbank, sector bestuursrecht, tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaarschrift.
Bij brief van 3 januari 2006 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat hij in de gedingstukken aanleiding heeft gevonden alsnog de vernietiging van de erkenningen te verzoeken bij de rechtbank.
Vervolgens heeft de gemachtigde van eiser het beroep ingetrokken en tevens verzocht om verweerder te veroordelen in de kosten van het geding. Bij brief van 14 februari 2006 heeft verweerder zich tegen toewijzing van dit verzoek gekeerd.
Met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek gesloten.
2. Motivering
Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan in het geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, dit orgaan op verzoek van de indiener van het beroepschrift in diens kosten worden veroordeeld.
De rechtbank stelt voorop dat van tegemoetkomen in de zin van deze bepaling slechts sprake kan zijn, indien het bestuursorgaan aan de indiener van het beroep tegemoetkomt door het nemen van een besluit in de zin van de Awb.
Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Ingevolge artikel 1:205, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek kan het openbaar ministerie wegens strijd met de Nederlandse openbare orde, indien de erkenner niet de biologische vader van het kind is, vernietiging van de erkenning verzoeken.
Naar het oordeel van de rechtbank kan de indiening van een zodanig verzoek niet worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Het gaat hier om een bevoegdheid die haar grondslag vindt in het BW, zodat niet kan worden gesproken van een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Gezien het voorgaande komt het verzoek om veroordeling van verweerder in de gemaakte proceskosten niet voor toewijzing in aanmerking.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de in verweerders brief van 14 juni 2005 vervatte weigering om een verzoek ingevolge artikel 1:205, tweede lid, BW in te dienen evenmin kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb. Derhalve was het bezwaarschrift van 1 september 2005, gelet op artikel 7:1, eerste lid, in verbinding met artikel 8:1, eerste lid, van de Awb, niet-ontvankelijk te achten. In verband hiermee had het ingestelde beroep bij de rechtbank, indien het tot een beoordeling daarvan was gekomen, hooguit kunnen leiden tot een niet-ontvankelijk verklaring van het bezwaarschrift.
Het verzoek om veroordeling in proceskosten dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
3. Beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Aldus gegeven door mr. K. van Duyvendijk en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2006
in tegenwoordigheid van de griffier.
Afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending verzet worden gedaan bij deze rechtbank, sector bestuursrecht, Postbus 205, 7200 AE Zutphen.
De indiener van het verzetschrift kan vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. Vraagt hij dat niet dan kan van het horen worden afgezien.

